Lieve lezer,
Februari. Een korte maand, maar voor mij altijd zwaar. Want op 16 februari is het alweer zeven jaar geleden dat mijn moeder overleed. Zeven jaar. Soms voelt het als gisteren, soms als een heel leven geleden. Het gemis is er nog steeds. Elke dag. Soms heel erg aanwezig, soms wat zachter op de achtergrond. Maar het is er.
Na zo een kort ziekbed was ze ineens weg. Drie weken na de diagnose. Geen tijd om afscheid te nemen zoals je zou willen. Geen tijd om alle dingen te zeggen die je nog wilde zeggen. Geen tijd om te wennen aan het idee dat ze er straks niet meer zou zijn. En toen was ze er niet meer.
De wereld om me heen ging gewoon door. Mensen gingen naar hun werk, deden boodschappen, lachten om dingen op tv. En ik? Ik stond stil. Ik had geen idee hoe ik verder moest. Hoe ik moest leven met dit enorme gat in mijn hart. Hoe ik moest functioneren terwijl vanbinnen alles kapot was.
Ik zocht hulp. Ik wilde iemand die me begreep. Iemand die ruimte gaf voor mijn pijn zonder te zeggen dat de tijd alle wonden heelt. Iemand die snapte dat rouw niet lineair is, dat het komt en gaat, dat je soms breekt ook al ben je al maanden verder. Maar ik vond die hulp niet. Niet op de manier die ik nodig had. Niet waarbij ik dingen kan en mag doen die vanuit de Islam ook toegestaan zijn. Ik kan geen mooie foto neerzetten van mijn mama of naar haar lievelingsmuziek luisteren. Maar ik heb daar wel mijn eigen “toegestane” dingen op gevonden. Ik draag haar kleding, gebruik haar spulletjes en het mooiste, ik woon in haar huis als een arme deken om mij heen.
Veel gesprekken voelden oppervlakkig. Er werd geluisterd, ja, maar ik voelde me niet echt gehoord. Er werden adviezen gegeven die niet pasten bij wie ik ben, bij mijn cultuur, bij mijn geloof. Er was weinig ruimte voor de diepte van mijn verdriet. Voor de boosheid, de leegte, de wanhoop. Voor het gevoel dat ik verdronk en niet wist hoe ik boven moest komen.
Dat gemis aan echte begeleiding, aan een veilige plek waar alles mocht zijn, heeft me uiteindelijk gebracht tot waar ik nu ben. Ik heb me laten omscholen tot rouwcoach. Niet omdat ik mijn eigen pijn wilde wegduwen, maar juist omdat ik hem wilde omarmen. Omdat ik wilde leren hoe ik ermee kon leven. En omdat ik anderen wilde geven wat ik zelf zo hard nodig had.
Nu begeleid ik mensen die vastlopen in hun rouw. Mensen die net als ik destijds niet weten hoe ze verder moeten. Die zich alleen voelen met hun pijn. Die op zoek zijn naar iemand die echt luistert, zonder oordeel, zonder haast. Die ruimte geeft voor alle emoties die erbij horen. Ook de lelijke, de zware, de pijnlijke.
Ik werk met kintsugi, een Japanse techniek waarbij gebroken aardewerk wordt hersteld met goud. De breuken worden niet weggewerkt, maar juist zichtbaar gemaakt. Want wat gebroken is geweest, is niet minder mooi. Het heeft een verhaal. Net als wij. Net als jij.
Mijn moeder is er niet meer. Dat zal nooit veranderen. Maar wat zij me heeft gegeven, de liefde die we deelden, de herinneringen die ik koester, dat blijft. En door mijn pijn heb ik een weg gevonden om anderen te helpen. Om iets moois te maken van iets wat kapot is gegaan.
Als jij dit leest en je herkent jezelf hierin, weet dan: je hoeft het niet alleen te dragen. Er is hulp. Er is begrip. Er is ruimte voor jouw verhaal, precies zoals het is.
Liefs,
Niek
